Geschiedenis

Opgericht op 21 juni 1922 als Rooms-Katholieke fanfare Sint Caecilia welke voortgekomen is uit de katholieke jeugdbeweging “Patronaat van het Heilig Hart van Jezus”. Sint Caecilia bestond in her beginperiode alleen uit een kleine twintig jeugdleden.De bezetting was dus nog lang niet zo omvangrijk als die van vandaag, en de hoeveelheid bespeelde instrumenten was ook niet zo uitgebreid. Er werd toen alleen nog koper gespeeld. In de jaren dertig raakte de fanfare los van het Patronaat en in 1937 werd St.Caecilia een zelfstandige vereniging met een eigen bestuur. De kerk bleef wel betrokken bij de fanfare maar meer op afstand. Na de Tweede Wereldoorlog werd het levensbeschouwelijke karakter van de fanfare minder belangrijk. Voor zover bekend was het niet verboden om als niet-katholiek te spelen in Caecilia. Een bestuursfunctie was wel uitgesloten en je had geen stemrecht. Het predikaat ‘RK’ verdween officieel in 1968. Wel paste het bestuur bij het schrappen van ‘RK’ de richtlijnen voor optredens aan. Sint Caecilia zou niet optreden voor politieke partijen of vakorganisaties. Zowel katholieke, protestantse als socialistische organisaties konden geen beroep doen op de fanfare. Men wilde politiek neutraal zijn. Het levensbeschouwelijke verdween geheel naar de achtergrond in de jaren zeventig. Sint Caecilia is van een katholieke in een Heemskerkse fanfare veranderd.

Van 1922 tot aan 1940 stond Piet Kuys uit Castricum als dirigent voor de fanfare. In deze periode wist Caecilia op te klimmen van de derde klasse naar de tweede klasse. Na de oorlog heeft Caecilia uit het niets moeten opkrabbelen. Cor Groot was de dirigent tot 1954. De muzikanten hadden toen nog geen uniform en het duurde tot 1962 voordat deze kwamen. Niet alleen het uiterlijk werd sterk verbeterd ook de opleiding van de muzikanten ging snel vooruit. Van 1954 tot 1959 leidde Lou Tervoort het orkest, daarna kwam dirigent Jac Wildschut die het orkest twintig jaar leidde. In het begin van de jaren zestig werd in Heemskerk de Volksmuziekschool opgericht. Jac Wilschut gaf daar les en stimuleerde zijn leerlingen om lid te worden van de fanfare. Dat was aantrekkelijk omdat de fanfare voor een gratis muziekinstrument zorgde en een deel van de muziekopleiding betaalde. In de jaren zeventig was het ledenaantal op een hoogtepunt.

Bij het gouden jubileum in 1972 moets een langwerpige foto gemaakt worden om alle leden erop te krijgen. Meer leden betekende ook meer instrumenten. De aanschaf werd onder andere opgebracht door de bekende rommelmarkten waarvan de eerste in 1972 werd gehouden. In het jaarverslag staat: “Het fenomeen’rommelmarkt’ mag onze vereniging nimmer meer loslaten. Het kan onze grootste bron van inkomsten betekenen.” Caecilia maakte een grote sprong voorwaarts, of beter omhoog. Vooral het tamboerkorps, opgericht op 1 november 1954 en opgeheven in Juli 2000, maakte zeer snelle vorderingen. Door een intensievere opleiding en de toestroom van jeugdleden slaagde de fanfare erin hogerop te komen. Het jaarverslag van 1970 vermeld: “Op 31 mei behaalde de fanfare op het bondsconcours te Obdam met 291 punten in de eerste afdeling een eerste prijs met promotie naar de afdeling Uitmuntendheid. Bij de marswedstrijden behaalden wij eveneens in de eerste afdeling met 721/2 punt een eerste prijs met promotie en lof van de jury.”

Onder de bezielende leiding van Jac Wildschut groeide het muzikale niveau zienderogen, hetgeen ertoe leidde dat St.Caecilia in 1977 mocht uitkomen in de Ere-afdeling en tevens een uitnodiging kreeg om deel te nemen aan het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. Intussen was het tamboerkorps ontstaan (1 november 1954) en dit onderdeel maakte eveneens furore, zodat men halverwege de zeventiger jaren in de hoogste regionen vertoefde. In 1968 kreeg Caecilia de beschikking over het repetitiegebouw aan de Marquettelaan in Heemskerk, de voormalige J.S. Bachschool. Al in 1997 stond dit pand op de nominatie om te verdwijnen en in 1999 was het dan zover. Sinds oktober 1999 zit de fanfare in een gloednieuw eigen verenigingsgebouw.

Na het plotselinge overlijden van Jac Wildschut in 1979 werd de vereniging gedwongen om zo snel mogelijk een plaatsvervanger te vinden. Daarop volgde een rommelige periode. De ene dirigent volgde de andere op, hetgeen niet bevordelijk was voor de moreel van de groep. Het roer werd overgenomen door achtereenvolgens Lenie van Elteren (1979), Kees van Hage (1979-1980) en Ruud Peerdeman (1980-1985). De rust keerde weer terug met de komst van Ruud Peerdeman. De rommelige periode droeg ertoe bij dat het door Wildschut zorgvuldig opgebouwde hoge niveau niet kon worden gecontinueerd. Derhalve vroeg men voor deelname aan de concertconcoursen terugplaatsing naar de afdeling Uitmuntenheid.

In 1985 werd oud-lid Prisca Aardenburg dirigente. Door haar toedoen werd de stijgende lijn weer opgepakt. Dit resulteerde in 1989 in een promotie naar de Ere-afdeling, terwijl men in 1996 promoveerde naar de Superieure afdeling en in januari 1997 meedeed aan de Nederlandse Kampioenschappen alwaar het tweede werd. Intussen was het tamboerkorps omgeturnd tot percussie-ensemble en deze nieuwe opbouw vond zijn bekroning in 1995 met een promotie naar de Eredivisie. In Juli 2000 werd het percussie-ensemble opgeheven.

Op 3 januari 1992 brandde het verenigingsgebouw gedeeltelijk af en werd tijdelijk uitgeweken naar een gymzaal. Na een aantal maanden kon de fanfare weer terugkeren naar de vertrouwde repetitieruimte. De jaren 1997-1999 zijn moeilijke jaren geweest voor de fanfare. Prisca heeft wegens ziekte heel weining de fanfare mogen dirigeren en de tijdelijke verhuizing van het oude verenigingsgebouw naar een gymzaal ter overbrugging van het voltooien van ons nieuwe gebouw heeft de vereniging geen goed gedaan. Na het overlijden van Prisca in 1999 werd Ruud Pletting de vaste dirigent van Sint Caecilia en met hem is de draad weer opgepakt na twee moeilijke jaren.

In 2000 werd besloten de slagwerkgroep van Sint Caecilia op te heffen. Het teruglopende ledenaantal was een van de belangrijkste oorzaken. Hiermee kwam ook een einde aan de drumfanfare; de combinatie van het fanfareorkest en de slagwerkgroep welke als orkest over straat liep. Inmiddels was er wel begonnen aan de start van een jeugdorkest dat bij aanvang al over zo’n 20 leden beschikte. Het fanfareorkest werd in dit jaar uitgenodigd om mee te doen aan de bondskampioenschappen in Venlo.

In het jubileumjaar 2002 was de muziekmarathon een groot succes. Het zorgde voor voldoende inkomsten om een groot deel van het instrumentarium te vervangen. Het theaterconcert met Edwin Rutten (jongetje mummummum) was een 2de hoogte punt in dit jubileumjaar.

In 2004 deed St. Caecilia mee aan de culturele uitwisseling met de Heemskerkse zustergemeente Klatovy in Tsjechië. Hoewel het aantal concerten mede door het slechte weer tegenviel, was deze muzikale reis voor de vereniging in sociaal opzicht een groot succes. In dit jaar deed het fanfareorkest ook een tournee door Noord-Holland met het muziekverhaal “De Notenblazers van Varen”; een compositie van orkest lid Egbert Woerdeman en tekstschrijver Maarten Hartog.

In 2005 nam het fanfareorkest, na 5 jaar, weer deel aan een concertconcours. Bewust was gekozen voor een goede concertzaal; het Muziekcentrum in Enschede, en niet zonder succes, met 91,50 punten werd een 1ste prijs met lof en onderscheiding van de jury behaald! Dit smaakte naar meer. Na lang wikken en wegen werd door de vereniging besloten om een nieuwe uitdaging aan te gaan; deelname aan de concertwedstrijden in de 1ste divisie fanfare van het WMC 2009 in Kerkrade. Samen met dirigent en bestuur werd een meerjarenplanning gemaakt om te zorgen dat deze deelname ook een succes werd. Een concertcommissie en een sponsorencommissie werden ingesteld om het bestuur te ondersteunen. De weg naar het WMC werd ingezet.

In 2007 (Enschede) en 2008 (Drachten) werd, mede als voorbereiding op het WMC 2009, deelgenomen aan concertconcoursen en wederom met succes. Op beide concoursen werd een 1ste prijs behaald. Het resultaat in Drachten was goed voor een 3de plek op de Nationale Ranking van dat jaar. Deze resultaten zorgde er voor dat St. Caecilia werd uitgenodigd voor de concertwedstrijden van het WMC 2009. Het orkest werd zelfs omschreven als een van de toppers van de Nederlandse orkesten die mee zouden gaan doen en ook het enige orkest uit Noord-Holland dat deel zou nemen aan de concertwedstrijden.

De eerste helft van 2009 stond dan ook volledig in het teken van het WMC. Try-outconcerten, sectierepetities, extra repetities, een repetitieweekend vormde de basis van de voorbereiding. In de laatste week voor het concours werd zelf elke avond gerepeteerd in een afgehuurde sporthal. Zondag 19 juli 2009, 15.00uur was het zover. De lange voorbereiding en het vele repeteren waren beslist geen vergeefse moeite geweest voor St. Caecilia. Het werd een geweldig succes, want de jury honoreerde het optreden met negentig punten. Het gemiddelde cijfer was een negen, en daarmee bereikte St.Caecilia en een staande ovatie in de Rodahal. Het mooiste compliment kwam wellicht van de componist van het verplichte werk, Hardy Mertens, die in de zaal aanwezig was; “St.Caecilia heeft met deze interpretatie mijn hart geraakt”.